TracesOfWar.com

Inloggen

Kollewijn, Roeland Anthonie

Personalia

Naam:  Kollewijn, Roeland Anthonie
Geboortedatum: 26 oktober 1920 (Amsterdam)
Overlijdensdatum:  8 november 1944 (Delft)
Begraven op:  Nederlandse Eerebegraafplaats Bloemendaal (lijst)
Vak: 40.  
Nationaliteit:  Nederlandse

Biografie

Woonde - volgens de overlijdensakte - in Delft. Van hem is ook het adres Watermolenwal 12 in Helmond bekend. Zoon van Jacobus Roeland Kollewijn (arts, 22 februari 1887 Amsterdam) en Alida la Fontaine (arts, 3 oktober 1887 Pati, N.I.). Ongehuwd (verloofd met Aleid Nijenhuis). Vernoemd naar zijn grootvader Roeland Anthonie Kollewijn (leraar en directeur HBS/vooraanstaand taalkundige en literator, 30 maart 1857 Amersfoort - 7 februari 1942 Helmond). Groeide op in Helmond. Studeerde een jaar aan de Technische Hogeschool in Zürich en was van 1938 af student elektrotechniek aan de Technische Hogeschool te Delft. Geen kerk. Lid verzet onder de schuilnamen Van Buuren, ir. J.G. van Wijk en Van Doorne. Met die laatste schuilnaam legde Roes, zoals zijn roepnaam luidde, een link met zijn opa, die in zijn publicitaire arbeid onder meer het pseudoniem C.P. Brandt van Doorne gebruikte. Hij maakte deel uit van de verzetsgroep rond de Delftse hoogleraar natuurkunde prof. dr. ir. Eliza Cornelis Wiersma. Kollewijn onderhield het contact tussen Wiersma en de KP, de LO en de Raad van het Verzet. In overleg met Wiersma, die op 31 juli 1944 op slechts 42-jarige leeftijd aan de gevolgen van ernstige gewrichtsreumatiek overleed en de Leidse natuurkundehoogleraar Wander Johannes de Haas (1878-1960) onderzocht Kollewijn in het Kamerlingh Onneslaboratorium te Leiden een methode om persoonsbewijzen zo te vervalsen dat ze zelfs bij ultraviolet licht niet van echt te onderscheiden waren. Ook deed hij proeven met het fabriceren van springstoffen. Daarnaast voorzag hij onderduikers van valse persoonsbewijzen en Ausweise. De Blij schrijft in zijn boek over Delft in de Tweede Wereldoorlog dat door zijn toedoen vele joodse Nederlanders uit handen van de Duitsers bleven. Verder deed hij volgens deze auteur 'verdienstelijk werk' met spioneren. In tegenstelling tot vrijwel alle verzetscollega's onder de studenten ondertekende hij de loyaliteitsverklaring wel. De opvatting van Wiersma kan daarbij van invloed zijn geweest. De hoogleraar was tegen de sluiting van de hogeschool gekant. Hij vond dat Nederland na de bevrijding die hij spoedig verwachtte behoefte had aan ingenieurs die pas waren afgestudeerd of dat op korte termijn zouden doen. De ondertekening van de loyaliteitsverklaring werd Kollewijn postuum allerminst negatief aangerekend. Zo blijkt uit een door Heere en Vernooij geciteerde naoorlogse brief van rector-magnificus H.J. van der Maas van de Delftse TH aan zijn ouders: 'Enkele studenten hebben in den bezettingstijd de loyaliteitsverklaring geteekend met het uitdrukkelijke doel op deze wijze beter hun toen reeds begonnen illegale werk te kunnen voortzetten... ...Hij (Kollewijn, red.) moest ter wille van zijn werk zwijgen en heeft daarin volhard ook toen men hem zijn standpunt euvel duidde... ...Het is mij een groot voorrecht U te kunnen mededeelen dat in de Zuiveringscommiessie voor studenten over zijn werk met groot respect werd gesproken en dat hij, nog in leven geweest zijnde, zonder meer ogenblikkelijk door mij tot de studie aan de Technische Hoogeschool zou zijn toegelaten. Ik moge U mijn oprechte en diepgevoelde deelneming betuigen met het verlies van dezen zoo flinken Vaderlander.' Op 3 november 1944 viel de Landwacht het pand Noordeinde 32 binnen. Op dat adres woonden studenten die met de Delft KP samenwerkten. Bewoner Roes Kollewijn deed de deur open en is volgens De Blij direct door kogels getroffen. Bij het vuurgevecht dat ontstond, werden ook student Pieter Fentener van Vlissingen en kantoorbediende Jan van der Woude gewond. De volgende dag zou een ander onderkomen worden betrokken. Stenguns, pistolen en handgranaten waren al ingepakt, zodat de studenten alleen maar over een pistool beschikten. De wapens werden gevonden, evenals de neergestorte Amerikaanse piloot Paul Kutzar en de zwaar gewonde Kollewijn, die zich in een schuilplaats op de derde verdieping hadden verstopt. De gewonden werden in het Oude en Nieuwe Gasthuis in Delft onder permanente bewaking van Landwacht en Grüne Polizei verzorgd. Op 8 november 1944 bezweek Kollewijn aan zijn ernstige verwondingen. Zijn verloofde heeft hem, verkleed als verpleegster, nog in het ziekenhuis bezocht. Twee dagen eerder was Fentener van Vlissingen al met zeven andere verzetsstrijders op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. De naam van Kollewijn prijkt op het gedenkteken in de hal van de aula van de Technische Universiteit aan de Mekelweg in Delft.
In november 1944 is Kollewijn onder zijn schuilnaam ir. J.G. van der Wijk op Begraafplaats Jaffa in Delft begraven. Op 11 juli 1946 werd hij op de Eerebegraafplaats herbegraven.


Overlijdensakte


Gebruikte bron(nen)
- Foto (rechts): Jeroen Koppes.
- Helmondse Heem.
- Heere en Vernooij, De Eerebegraafplaats te Bloemendaal; De Blij, Oorlog en verzet in de Prinsenstad 1940-1945: een overzicht van de gebeurtenissen in Delft in en rond de bezettingstijd; Dirk van Delft, Tegen de roof: Het Kamerlingh Onnes Laboratorium in oorlogstijd, Gewina, deel 30, jaargang 2007, nummer 4, pag 247-264; Oorlogsgravenstichting; Digitale Stamboom (Delft, Eindhoven), waaronder overlijdensakte 1310/1945 gemeente Delft; genealogieonline (stamboom Van der Velden, Gesink, Blonk Seijmonsbergen vd Geur). Zie over opa Kollewijn: J. Noordegraaf, Kollewijn, Roeland Anthonie (1857-1942), in: Biografisch Woordenboek van Nederland, site resources.huygens.knaw.nl.

Gerelateerde bezienswaardigheden

St. Josef Gedachtenis Kapel
De boodschapper uit de hel